Hoe democratisch is ons kiesstelsel?



Stemmen op een partij is
niet gegarandeerd een stem op die partij.


Artikel 53 punt 1 van de Grondwet luidt: "De leden van de beide Kamers worden gekozen op grondslag van evenredige vertegenwoordiging binnen door de wet te stellen grenzen".
In de toelichting staat dat "binnen door de wet te stellen grenzen" betekent: "de wetgever geen volstrekte evenredigheid hoeft na te streven.."
 
De consequenties van NIET volstrekte evenredigheid worden niet weergegeven.                  En deze consequenties zijn:

meer dan 400.000 stemmen zullen straks bij een andere partij komen dan waarop is gestemd.

 

Ons kiesstelsel verdeelt 150 zetels in het parlement volgens evenredige vertegenwoordiging.
Dat wil zeggen, dat de verdeling van de zetels een benadering moet zijn van de stemverhouding van de verkiezingsuitslag.
Een partij met 15% van de stemmen zou dan 22,5 zetels moeten krijgen. Dat kan dus niet, dus moet er worden afgerond naar 22 of 23 zetels.
Maar 22 zetels is 14,66%, dus minder stemmen dan er in werkelijkheid zijn.
En 23 zetels is 15,33% en dus meer dan er op die partij hebben gestemd.
Het totaal aantal stemmen is 100%, dus bij 22 zetels gaan er stemmen af (d.w.z. naar een andere partij). En bij 23 zetels moeten er dus stemmen bij komen van andere partijen.
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

De vraag is nu wat het totale effect is van deze afrondingen.

Op de volgende pagina`s wordt van vele verkiezingsuitslagen uit het verleden, een analyse gemaakt om dit effect te onderzoeken.
 
Er wordt ook gekeken of er nog andere effecten invloed hebben op de verdeling van zetels. En zo ja, wat dit dan betekent voor de stem van de kiezer.
 
Omdat zo`n analyse veel tekst en tabellen bevat, is op pagina 2 een samenvatting gegeven van de uitkomsten van al deze berekeningen.


Het stemmen in Nederland is dus niet zonder risico. Ongeacht de partij waarop gestemd wordt, is er altijd het gevaar, dat door de afrondingen, de stem op de ene partij, mee gaat tellen bij een andere partij.
Twee voorbeelden uit 2010: 1 op de 141 SP-stemmers, is terecht gekomen bij de VVD.
1 op de 291 VVD-stemmers bij de Pv/dD.